| |
 |
 De wanklank van het niets
|
28 Juni 2011 | 23:00:28
 |
|
Apropos, begin: Hoe begin ik? Er waren al anderen die zich dit hebben afgevraagd (God, Darwin, Ron Hubbard) en die zijn daar min of meer in mislukt. Waarom zou het dan uitgerekend ondergetekende moeten lukken, dit fundamenteel probleem van de filosofie op te lossen?
Waren er niet veel belangrijkere raadsels in zijn leven? Moet hij zich ook nog met proza verduidelijken, enkel om al bij het begin te ervaren dat hij bij zijn voornemen al zal mislukken?
Maar wat betekent mislukken überhaupt? Kan mislukking eenvoudigweg als “het ontbreken van succes” worden gedefinieerd? Zo ja, dan komt bij de ervaren lezers onvermijdelijk de vraag op wat de schrijver van dit stukje hen wil vertellen. De treurige waarheid; Hij weet het niet! Hij weet niets. Geen begin, geen einde, niets daartussen. Niets!
En het is goed leven in dit niets. Niets dat pijn doet. Niets waarover je zou kunnen klagen. Geen inhoud. Geen leed. Geen pathos. Enerzijds: Wie leest teksten zonder inhoud? Zonder liefde, leed en haat? Zonder dingen , waarmee de lezers zich kunnen identificeren? Hoe zou het zijn met een beetje humor en een beetje verdriet?
Anderzijds: Komt het daadwerkelijk op inhoud aan? Leven we niet veel meer in een wereld, die doet vermoeden dat oppervlakkigheid en gebrek aan inhoud een van de hoogste doelen zijn? Een wereld, die zich serieus interesseert voor individuen als Patricia Paay, Samantha de Jong, Paris Hilton. Leidt dit verschijnsel, de zoektocht naar betekenis, niet tot absurditeit?
Het is voldoende trefwoorden te plaatsen, want het belangrijkste in deze tijd is toch het voeden van zoekmachines. Ik wil me er nu niet op beroemen, te weten hoe men bijvoorbeeld Bing- of Google -users op de site probeert te lokken, maar hoogstwaarschijnlijk werkt dat met heel simpele middelen. Ik hoop dat het met een klein woordje uit de vorige zin werkt. Nou… gevonden? En alweer heb ik een paar lezers gewonnen, of tenminste click view.
Echter, alle kleine beetjes helpen. Als het in tegenstelling tot de verwachtingen nog niet gewerkt zou hebben: Lady Gaga, Youtube, Ebay, Facebook, Megan Fox, Miley Cyrus. Ben ik nog iets vergeten? En kom nu niet aan met “niveau”. Dat komt in de rangschikking van de meest populaire zoektermen, maar op plaats 453.321- vlak achter “sandwich“! Daarmee wordt niet alleen het gelijknamige belegde broodje bedoeld.
Er zijn nu eenmaal sommige dingen in het leven die belangrijk zijn en bij “sandwich” kan het niet uitblijven dat je honger krijgt. De schrijver staat op van zijn bureau en opent de koelkast: Yoghurt? Ergens toch niet. Dan liever drie of vier glazen witte wijn. Dan schrijft het ook gelijk een stuk beter. Nog een glas? Nog veel beter. Dan kunnen moralisten huilen en overstuur raken, maar dronken onstaan de beste zinnen, jawel.
“De oude man en de zee” zou zonder het co-auteurschap van Cuba Libre en Daiquiri, in het gunstigste geval “De jongen en het zwembad” zijn of wellicht helemaal niet geschreven. En had Bukowski een ingetogen leven geleid, dan was voor de mensheid wel een deel van haar diepe afgronden, voor altijd verborgen gebleven. Drugs en creativiteit horen nu eenmaal, helaas, bij elkaar. Dat heb ik tenminste een keer ergens gelezen. Natuurlijk zou ik mezelf nooit door zulke stellingen laten meeslepen, tenslotte ben ik politiek correct.
In ieder geval pretendeer ik dat. Ik hou van mijn kinderen, mijn ouders, mijn medemensen. Ik ben een dierenvriend, stem links en ben tegen kernenergie. Ik doneer aan goede doelen ,bid voor het slapengaan ,sluit mijn geliefde collega’s in mijn gebeden in en kan helaas ook liegen alsof het gedrukt staat.
Daarbij leef ik in de beste samenleving: Niemand had ooit het plan een muur op te richten, de pensioenen zijn redelijk zeker en michael boogerd heeft evenmin doping gebruikt, als Berlusconi sex gehad met een minderjarige. De waarheid ligt altijd in het midden, tussen hemel en hel, tussen Silvio en Ruby en natuurlijk, ook goed verstopt tussen de regels van dit stukje. Maar nu wil ik bij uitzondering een keer eerlijk tegen jullie zijn. Onverbiddelijk. Zijn jullie er klaar voor?
Ik ben een overgevoelige man, die heimelijk huilt in het donker. Nu het eruit is, voel ik me al veel beter, de eerstvolgende therapiesessie kan ik me besparen.
Maar terug naar het begin en de cruciale vraag : "Hoe begin ik?" Is er na 754 getypte woorden (voorzover mijn tekstverwerkingsprogramma zich niet vergist) überhaupt nog een begin nodig? Heb ik inmiddels niet al alles gezegd, wat er te zeggen valt, zonder ooit daarmee begonnen te zijn?
Ja, dat heb ik!
Boudewijn© |
|
|
 |
 |
 Schrijfblokkade
Taal/Column
|
12 April 2011 | 22:36:16
 |
|
In de afgelopen maanden ging het niet erg goed met mijn schrijverij. Dat lag niet aan gebrek aan inspiratie trouwens. Ik weet niet op welke momenten andere schrijvers aan ideeën komen voor hun teksten, dat zal zeker verschillend zijn. Ik moet in ieder geval niet afgeleid worden. Het beste lukt het, als er op geen enkele andere manier iets van mijn hersencellen wordt gevergd. Bijvoorbeeld op de wc of als ik ‘s nachts niet kan slapen en op zaterdagavond bij "Ik hou van Holland". En omdat de stoelgang niet te vermijden is, ik met de jaren minder slaap nodig heb en "Ik hou van Holland" onsterfelijk blijkt te zijn, heb ik genoeg tijd om stof voor stukjes te verzamelen. Dat was nooit een probleem.
Echter op het moment dat ik ging zitten, om op te schrijven wat ik in gedachten had, was alles als weggevaagd. En wanneer ik mezelf dwong, een paar regels op papier te zetten, was het resultaat abominabel slecht. De prullenmand puilde uit van verfrommelde schrijfsels. Zij had me te pakken, de schrijfblokkade, ook opererend onder de naam writer's block. Zij saboteert het schrijven net zo rigoreus als een met spekzwoerd ingewreven schoolbord. Hemmingway, Dostojewski en andere groten, hebbben zich daarmee ook afgemat. Waarom zou ik gespaard blijven?
Adviezen, ter overwinning van schrijfblokkades, zijn er in overvloed, meer nog dan om van de hik af te komen. Maar net zoals de lastige hik zich niets aantrekt van adem inhouden of een hap in een citroen, was ook tegen mijn schrijfblokkade geen enkel huismiddel opgewassen. Bijvoorbeeld schrijfoefeningen. Mij werd geadviseerd de krant open te slaan, willekeurig met mijn vinger op de pagina te tippen en het aangewezen woord op een leeg vel papier te schrijven. Om het even of het begrip me nou beviel of niet. Onder geen beding mocht ik een tweede poging doen. Dit woord en geen ander, anders functioneerde het niet. Onder die kop moest ik alles schrijven wat me daarbij inviel. Eerst zouden het individuele woorden zijn maar als vanzelf, zouden daaruit al snel samengestelde begrippen ontstaan, dan hele zinnen en ooit een hele tekst. Zo zouden er al literatuurprijzen gewonnen zijn. Ik zou wel zien.
Niets zag ik. Jammer genoeg kreeg ik het economische gedeelte in handen en mijn wijsvinger landde uitgerekend op een ongelukkig woord. Conform de instructies schreef ik het op "Beleggingsadviseur". Eerst was ik ervan overtuigd dat me ten aanzien van dit beroep überhaupt niets meer zou invallen wat ik op zou kunnen schrijven en toen waren mijn gedachten plotseling alleen nog maar bezig met vreselijke dingen, die ik met geen mogelijkheid op zou willen schrijven. Ik gaf het op. Het blad bleef leeg. Economische crisis en schrijfcrisis op een hoop. Wie kon dat verkroppen?
Toen werkelijk niets meer hielp besloot ik af te wachten. De dag waarop ik weer naar de pen zou grijpen moest tenslotte ooit komen. Maar het heeft lang geduurd. Ik was de vertwijfeling nabij en heb er zelfs over gedacht een motivatietrainer te engageren. Weliswaar had ik gelezen dat ik daarbij het risico liep, op een omgeschoolde survivalinstructeur te stuiten, die me, met eigenaardige methoden, zelfcontrole zou willen bijbrengen. Opstaan om 5.00 uur, ijskoude douches en wormen als ontbijt. Zo diep was ik nog niet gezonken.
De oplossing van het probleem kreeg ik, een dezer dagen, van collega-columnist Jan Mulder. Daarvoor mijn hartelijke dank. Hopelijk neemt hij het me niet kwalijk dat ik hem als collega betitel. Tenslotte schittert hij in het columnistenuniversum als een heldere ster. Vergeleken met hem ben ik in ’t gunstigste geval een donkere asteroïde. Speelden we samen in het symfonieorkest bij de strijkers, dan was hij de eerste violist en speelde ik de klootviool. Jan Mulder was mijn motivator. Hij heeft me teruggebracht naar pen en papier. Helemaal zonder foltermethodes. Hij wekt bij mij ook niet de indruk dat hij graag vroeg opstaat, koud doucht en zijn volkoren boterham met regenwormen bestrooit. In zoverre zijn we uit het zelfde hout gesneden.
In een artikel, in een tijdschrift, onthult Jan Mulder, tot waar het ijverig schrijven van columns hem heeft gebracht. Dat wil ik ook. Dat is voor mij voldoende stimulans om weer wat vaker te gaan schrijven. Misschien word ik dan binnenkort ook als deskundige, op het gebied van alles wat ik becommentarieerd heb, uitgenodigd voor radio- en televisieuitzendingen. Jan Mulder wordt minimaal twee maal per week gebeld. Dat lukt mij ook nog. Dan kan ik hem en de andere veelpraters ontlasten. Het zijn namelijk altijd dezelfde mensen die zich in studio's als interviewgast moeten uitsloven. Het is niet meer om aan te zien. Ik ben er klaar voor, daar mijn mannetje te staan.
Tot slot de mededeling, voor de redacties van omroepen, dat ik elke werkdag ‘s avonds beschikbaar ben. De lijst van mijn kennisgebieden groeit gestaag. Tegenwoordig heb ik me, omdat ik daarbij de beste ideeën voor mijn stukjes heb, bezig gehouden met stoelgang, inslaapproblemen en Ik hou van Holland. En met schrijfblokkades uiteraard.
Voor uitzendingen over overlevingstraining met vroeg opstaan, koud douchen en consumeren van regenwormen, ben ik niet geschikt. Daarvoor adviseer ik, de winnares van Expeditie Robinson te contacteren.
Boudewijn© |
|
|
 |
 Blackout
Persoonlijk
|
21 November 2010 | 22:10:54
 |
Herinner je je nog, dat ik me een tijd geleden beklaagde over mijn onrustbarende blackouts? Nee? Geen probleem, ik namelijk ook niet, tenminste niet precies. Ik weet alleen nog dat het internet verantwoordelijk was voor de geleidelijke degeneratie van mijn brein. Bij het uitblijven van een verbetering van deze toestand besloot ik, met pijn in mijn hart, een week lang af te zien van het gebruik van mijn computer en daarmee dus ook alle contact met het World Wide Web te mijden. Echter, zo'n gewichtig project vereist anno 2010 een zorgvuldige planning.
"Lieve vrienden, bekenden, familie, collegae en Spam-verzenders" zo open ik de planningsfase met een "(tijdelijk) afscheidmail" aan mijn gehele adresboek, "Om gezondheidsredenen hebben mijn computer en ik besloten om onze wegen te scheiden, tenminste voor zeven dagen. Ik verzoek jullie vriendelijk hiermee rekening te houden en mij binnen de genoemde tijd uitsluitend middels alternatieve communicatiemiddelen (brief, fax, telegram, postpakket) te contacteren. Telefoon en GSM zijn in noodgeval ook okay. Vriendelijke groeten..."
Ik klik op verzenden en ga boodschappen doen.
De initiële investeringen in mijn roekeloze voornemen, zijn tot mijn ontsteltenis enorm. Zo is mijn buit voor de komende week onder andere :een TV-gids, briefpapier, de Winkler Prins encyclopedie als Google -vervanger, een bordspelverzameling , een rekenmachine, de Happinez, een pot Valdispert capsules evenals een doos Kellogs Special K Vanilla Cranberry 2,5% vet .
Thuisgekomen, wachten ook al de eerste antwoorden op mijn afscheidmail op mij: of ik voor mijn virtuele dood nog wat tijd heb om te chatten, wil Louise weten. Suzanne informeert ondertussen bezorgd naar mijn gezondheidstoestand, terwijl Alex, die totaal geen benul heeft van wat ik nu weer voorheb, me toch maar "veel succes bij wat dan ook" wenst. Dan schakel ik de computer uit, voor voor altijd, tenminste voor de komende 7 dagen.
Nog geen drie minuten later vraag ik me, net zo plotseling als onsamenhangend, af in welke provincie het plaatsje Lippenhuizen ligt. Ik pak de zojuist verworven Winkler Prins en zoek het op: Friesland. Gaat toch...ook zonder Google. Even later wil ik heel graag weten wie of wat er momenteel op nummer 1 in de Nieuw-Zeelandse hitlijst staat. De Winkler Prins laat het over de hele linie afweten en ook de Happinez biedt me ten aanzien van dit probleem geen hulp. Het gaat me er niet om het werkelijk te weten. Veel belangrijker voor mij is: het onmiddelijk toegang hebben tot nutteloze informatie.
Gefrustreerd gooi ik twee Vadispert capsules naar binnen en ga naar bed. Na een onrustige nacht- ik word in mijn droom geplaagd door virtuele figuren die me met overgrote W's bekogelen- sta ik op en slof ongemotiveerd naar de brievenbus. Ik wil net naar de krant grijpen, als me invalt dat ik een paar maanden geleden het abonnement heb opgezegd. In plaats van de krant, vind ik een handgeschreven briefje in de brievenbus: "Ik weet dat je op dit moment niet op internet kan, mag of wil en ik respecteer dat!" begin ik te lezen, "maar hier moet je bij gelegenheid een keer naar kijken:http://....."
Ik moet zorgen dat ik nieuwe vrienden krijg.
Terug aan de ontbijttafel, bij een bord Kellogs Special K Vanille Cranberry met 2,5 % vet, probeer ik uit te vinden in welke mate mijn digitale dementie zich sindsdien heeft verbeterd. Voor testdoeleinden doorloop ik de voornamen van mijn naaste familie. Aanvankelijk nog met succes maar bij oom Willem weigeren mijn hersenen plotseling hun dienst. Kon ik nu maar even een blik werpen op onze digitale stamboom....
Ik besluit het project een tijdje op te schorten en start de computer.
Shit!
Wat was mijn wachtwoord ?
....wordt vervolgd zodra het geheugen van de schrijver zich weer meldt....
Boudewijn © |
|
|
 |
 Mijn koelkast is kleptomaan
Taal/Column
|
18 Oktober 2010 | 20:36:26
 |
Wanneer je je autosleutels in de koelkast naast de kaas terugvindt, dan kan dat een hele reeks mogelijke oorzaken hebben.
Maar als je een realistisch, rationeel en objectief denkend mens bent, dan moet je alle fantasierijke, afwijkende, naar samenzwering klinkende of op kosmische of rituele krachten berustende vermoedens aan de kant schuiven, zodat er maar een begrijpelijke logische verklaring in aanmerking komt:
Mijn koelkast is kleptomaan!
Het is onbegrijpelijk hoe hij dat klaarspeelt, omdat een koelkast toch zeer immobiel is. Ik vermoed, behendige zakkenrollerij, terwijl ik het potje mosterd van vorige week zoek
Wat zal ik nu doen? Er met hem over praten? Ik praat eigenlijk niet veel met koelkasten. Ik denk dat ik het, met een zekere voorzichtigheid en af en toe onaangekondigde controles wel in de hand kan houden, ook al zal het wennen zijn, elke keer als ik een boterham wil smeren, eerst mijn horloge af te doen.
Nu moet ik wel mijn verontschuldigingen aanbieden aan mijn wasmachine, die ik in eerste instantie, op grond van eerdere voorvallen (sokken etc.) verdacht. Dan zal ze wel weer boos gaan draaien...
Boudewijn ©
|
|
|
 |
 Een onverwachte ontmoeting
Verhaal
|
13 Oktober 2010 | 22:51:54
 |
|
Het is een mooie najaarsavond. Mijn werkbezoek zit erop, maar ik ben te vroeg voor de trein huiswaarts.
Bij het betreden van het Grand Café zie ik haar zitten, een vriendin van vroeger die ik al lang niet meer heb gezien. M. is in begeleiding van een goede kennis. We begroeten elkaar. Of ik er even bij kom zitten? Ja, ik wil gaan zitten. Ja, ik zal de avond met een glas bier beginnen. Ja, ik wil wel horen wat M. tegenwoordig zoal doet. We zien elkaar tenslotte maar zelden de laatste jaren..
M. vertelt en wij lachen. Ook zijzelf lacht, met witte mooie tanden…echter, zie ik rechtsboven tussen de snij-en de hoektand, de één-twee en één-drie zoals mijn tandarts het zou zeggen, iets groens zitten, een etensrest, overblijfsel van een peterselieblad, misschien van een portie Spaghetti aglio e olio.
Wat moet ik doen?
Ik probeer de ontsiering te negeren. Hij is niet belangrijk en ergens heb ik angst dat ik de vrolijke stemming zal bederven. Ze zal tussen haar tanden gaan pulken, naar een tandenstoker vragen, een spiegel zoeken, richting toilet verdwijnen en onze levendige conversatie zal verstoord zijn. Buiten dat blijf ik niet lang, mijn gezin wacht en de trein ook.
Toch is het wel een groot stuk peterselie en M. lacht vaak en hartelijk haar tanden bloot. Mijn stemming wordt steeds bedrukter, ik raak geobsedeerd door het groene stuk. Ik zou er eigenlijk iets over moeten zeggen.
Maar waarom ben ik degene die dat moet doen? Zij zit hier misschien al sinds een uur met haar vriendin. Die had toch allang over dit heikel thema kunnen beginnen? Waarom deed ze het niet? Heeft ze lol aan het mankementje? Concurreren die twee met elkaar, wat betreft uiterlijke dingen?
Ik probeer het probleem op te lossen door zelf mijn tanden te gaan stoken om haar zo ertoe aan te zetten deze handeling te immiteren. Vergeefs. In ieder geval bekijkt ze me geïrriteerd. Wat zeg je in zo’n situatie? “Je hebt daar iets groens, sorry!“? Ik kom er ook helemaal niet aan toe iets te zeggen, zij zelf praat onophoudelijk.
NU!.... Een gesprekspauze, ik moet praten. Dan komt L.voorbij, een oude bekende. Hij gaat bij ons zitten. "The window of opportunity"... gesloten! Als ik nu iets zeg, zet ik haar voor L. te kijk.
Ik zie alleen nog groen. Ik praat met een grote etensrest, die me toelacht, tegemoet komt, choqueert. We zitten hier al zo‘n drie kwartier. L. is weer gegaan, maar nu is het te laat om het thema ter sprake te brengen. Ze zal zeggen: "Zit dat er al de hele tijd? Waarom heb je me dat niet eerder gezegd? Waarom heb je me voor L. met een reusachtige peterseliestruik in de mond laten zitten? Het ontbreekt jou werkelijk aan elke vorm van lef, eerlijkheid en spontaniteit!"
Ik word door zelftwijfel overmand. Wat ben ik voor een laf, communicatief onvaardig persoon. Waarom heeft het leven me zo laten worden?
Al een tijd zit ik zwijgend aan tafel. Ik probeer me zo te gedragen dat M. weinig lacht, zodat ik de peterselie die tussen haar tanden steekt, niet hoef te zien. Straks zal ze voor een spiegel staan en er dan achter komen hoe vreselijk ze er al die tijd uitzag.
Ze zal zeggen: "Hij heeft me niks gezegd, hij heeft alleen plezier gehad aan mijn belachelijkheid, aan mijn lelijkheid dus is hij in werkelijkheid een sadist, een mensenhater. Oh, ik veracht hem."
We nemen afscheid. “Tot gauw”, roept ze met groene stem. Ze weet nog niet wat ik weet. Een vriendschap is ten einde gegaan, iets moois is kapot. Ik ben niet tegen het leven opgewassen.
Een herfstavond is begonnen. Ik ga naar huis. Het liefst zou ik in bed kruipen...
Boudewijn ©
|
|
|
 |
 Wie een kuil graaft voor een ander....
Persoonlijk
|
12 Oktober 2010 | 00:23:43
 |
Ja ik weet het, ze is altijd zo lief. Het kind zal anderen nooit iets in de weg leggen, zal anderen nooit iets verwijten. Zelfs SPAMMERS zal zij niet veroordelen!
Dank voor alle meelevende reacties. Toch heb ik deze site weer in de oude staat moeten herstellen. Want tja, niet iedereen hoeft te weten hoe ik over mijn collega's denk, wat ik in mijn vrije tijd doe en hoe het met mijn hygiëne gesteld is.
Ik zal eindigen met het geliefde, eigen citaat van het "enfant terrible": "het is mijn leven, en mijn keuze".
|
|
|
 |
 nader.com
Klaag
|
03 Oktober 2010 | 00:07:49
 |
Enfin... ik geloof dat ik al eens eerder mijn grieven hierover heb geuit en ik zal dat nog wel vaker doen.
Kassa's.
Niet de kassa's zelf, die functioneren kennelijk feilloos. Ik bedoel natuurlijk het in de rij staan bij die dingen, iets wat ook geen enkel probleem zou zijn als ik alleen was. Er zijn tenslotte nog de ANDEREN.
Het zou kunnen dat ik er van achter uitzie als een paringsrijpe meikever. Het kan ook best dat er wetenschappelijke studies bestaan over een snellere afhandeling als men zich zo dicht mogelijk tegen de voorgang(st)er aandrukt. Tenslotte zou het ook kunnen dat het om een instinctieve oerdrift van mensen handelt uit een tijd waarin men zich nog dicht tegen de kudde moest aanvlijen om ijstijd, sabeltandtijger of wat dan ook te kunnen overleven.
Maar dat kan me niets schelen, het IRRITEERT. En als ik het al in hoofdletters typ, dan kun je misschien al vermoeden hoe erg me dat irriteert. Iedere poging van mijn kant, om door een of twee passen naar voren, tenminste zoiets als afstand te scheppen tussen mij en mevrouw slechte adem of meneer vijfdagennietgedoucht, is gedoemd te mislukken omdat deze kleine opening door doorschuiven meteen weer teniet wordt gedaan.
Helaas doen zich op zulke momenten ook maar zeer zelden gelegenheden voor, om eens een keer met je arm toevallig naar achteren te moeten zonder dat het als opzet uitziet en je hebt ook nooit een stokbrood bij de hand als je het nodig hebt.
De dan nog overgebleven rest aan zelfbeheersing, heb ik nodig om niet aan de persoon achter me te vragen of ze misschien zin heeft om samen iets te gaan eten, dan wel haar erop te wijzen dat ze met nog een stap naar voren een wonderbaarlijke blik op mijn longvleugels zou hebben. De meesten zouden het toch al niet begrijpen.
Moet ik me dus op deze plek van mijn frustratie ontdoen. Sorry.
Boudewijn ©
|
|
|
 |
 Het paard van Sinterklaas
Kinderen/Kleuter
|
19 September 2010 | 01:36:08
 |

Mijn dochter Fay wil een paard. Een echt groot om op te rijden en Sinterklaas moet het haar brengen. De discussie daarover, dat Sinterklaas geen bevelen uitvoert, heb ik na een paar zinnen beëindigd. Fay wil er niets over horen. Omdat in alle Sinterklaasverhalen het wens-geschenk tot het happy end behoort, voelt de vijfjarige zichzelf ook volkomen in haar recht staan.
Temeer omdat al alles gepland is. Het paard zal in de tuin gaan wonen : "anders heeft papa geen plaats meer om te stofzuigen". Af en toe mag het paard mee naar haar kamer om te spelen en wel zo: "Ik rij op het paard de trap op natuurlijk."
Ik verbijt de opmerking dat de trotse amazone in spe, kortgeleden bij ponyrijden er niet één keer toe te bewegen was een dier te bestijgen, dat nauwelijks groter was dan een tekkel. Want de door bibberen, tranen en paniekerig geschreeuw gepaard gaande weigering, had vanzelfsprekend niks met angst te maken, maar enkel daarmee dat Fay niet voorbereid was geweest. "Ik had geen cap bij me, dat kan toch niet." Aha.
Dan helpt alleen nog een list, waarmee dictators sinds mensenheugenis, door hun ondergeschikten om de tuin geleid werden: een geflatteerde situatieschets. "Ik heb met Sinterklaas over het paard gesproken", zeg ik. "Hij geeft jammer genoeg geen levende dieren als cadeau. Principieel niet." "Oh", zegt mijn dochter, "Jammer".Onvoorstelbaar, denk ik, ze heeft het gepikt.
Net als ik haar troostend een vervangende wens wil voorstellen, begint haar gezichtje te stralen. "Dan vraag ik het paard wel voor mijn verjaardag."
Boudewijn © |
|
|
 |
 En God schiep....
Religie/Algemeen
|
05 September 2010 | 23:45:27
 |
Al ben ik ook, van kindsbeen af,een standvastige atheïst, toch vind ik het idee dat een hoger wezen de wereld, in niet meer dan zeven dagen, gecreeërd heeft, zeker het overwegen waard. Dat betekent echter niet dat dit mijn ongelovigheid aan het wankelen brengt. Ik bedoel alleen te zeggen dat naar mijn mening de visie, dat zoiets complex als onze wereld in enkel zeven dagen gemonteerd zou zijn, tenminste genoeg potentie heeft, om de ontelbare tekortkomingen van de wereld overtuigend te kunnen verklaren. Want, en ik spreek hier zeker namens miljoenen consumenten, in zeven dagen krijg je het, onder normale omstandigheden, niet eens voor elkaar een Billy- boekenrek correct in elkaar te schroeven. Vanuit het oogpunt van de atheiist is het zoeken naar een excuus voor de overal merkbare tekortkomingen veel moeilijker, want bij iets wat zo’n 13 miljard jaar de tijd nodig had om haar eigen functioneren uitgebreid te testen, kun je ogenschijnlijke mankementen toch niet rechtvaardigen met tijdsdruk.
Neem nou bijvoorbeeld een ordinair blik sardientjes. Als je, zoals God, maar zeven dagen tijd had om de wereld, zogenaamd uit het totale niets te stampen, dan kan het in de haast gebeuren dat je, onder stress, misschien iets ontwerpt, dat in de alledaagse menselijke realiteit de spot drijft met.zijn doel. Met de goddelijke onfeilbaarheid tenminste, die ging bij het knutselen van het openingsmechanisme van het sardientjesblik ongetwijfeld verloren. Tenslotte ben ik, de naar jodium hunkerende consument, eeuwig en altijd slachtoffer omdat, bij elk tweede te openen blik de ring, die je volgens voorschrift dient te gebruiken om de deksel te verwijderen, compleet afbreekt, die deksel zodoende in zijn positie volhardt en de sardientjes in het blik in hun eigen olie liggen te grinniken. Als ze nog kunnen grinniken tenminste.
Het is glashelder dat, wanneer je slechts in één week, het land van de zee scheidt, het hemelgewelf monteert, de zon, de maan en de sterren knutselt, alle mogelijke planten plant teelt, vissen, vogels en ontelbare landdieren uitvindt en daarboven ook nog mensen moet maken, er niet veel tijd overblijft voor conservenblikken, in het bijzonder de openingsmechanismen die, in geval van menselijke trek in sardientjes, ook zonder problemen zouden moeten functioneren.
Nu heeft God zich, als vrijgezel, niet al te al te druk gemaakt over vredige avonden in gezelschap van het vertrouwde gezin. Toch moet hem één ding gezegd worden: Als ik als hoofd van het gezin in de keuken met een sardientjesblik strijd en dan verlies, dan is het met de rust en vrede in huis voor uren gedaan, omdat mijn zenuwenkostuum intussen erg dun is geworden, zo dun zelfs dat het mijn, door visondervoeding ontstane chagrijnigheid, nauwelijks kan verhullen. Want als tussen de begeerde sardientjes en mij een wand uit blik staat, waarvan de poort voor altijd gesloten lijkt, dan sterft de Dalai Lama in me en stijgt vanuit mijn binnenste Rambo naar boven. En dan, waarde vrienden, zou ik niet graag in het olieglanzend sardientjesvel willen steken. En in God‘s vel al helemaal niet.
Boudewijn © |
|
|
 |
 Papa erger je niet
Taal/Column
|
24 Augustus 2010 | 19:40:47
 |

Bestaat er iets gelukzaligers, dan spelletjes doen met je kinderen? Ten eerste is het waanzinnig leuk, ten tweede leren kinderen hierdoor elementaire dingen voor het leven en ten derde of eigenlijk ten eerste: Je wint vaak.
Ephraim Kishon schreef eens over de keer, dat hij met zijn verstandelijk beperkte zoon, probeert tafelvoetbal te spelen. In zijn vertwijfeling, breekt hij van al zijn houten figuren de benen af, alleen om zijn zoon te laten winnen en om diens zelfbewustzijn op te krikken. Wat bedroevend! Hoe moet dat nou het zelfbewustzijn van een jochie stimuleren, als hij van een zichtbaar weerloze tegenstander wint? Dat versterkt toch alleen het gevoel van inferioriteit. Nee kinderen ontwikkelen overwinningsdrift, strijdbaarheid en doorzettingsvermogen alleen dan, wanneer je hun met strengheid en eerzucht tegemoet treedt. Janine Jansen word je niet op een kinderboerderij. Met deze wetenschap speel ik met, ik bedoel: tegen mijn dochters.
Voor louter geluksspellen bedank ik vriendelijk, want gokken dat kan elke idioot. Enige vaardigheid, strategie en tactiek, mag je van je kind, al van jongs af, best verlangen. Natuurlijk vloeien er wel eens af en toe tranen als mijn jongste dochter Fay, bij Nico Notenkraker, ziet dat ík al de gouden noot heb of als ze merkt dat zij minder noten heeft dan haar sluwe en ijverige vader. Mijn oudste dochter Emma, werpt me dan een verwijtende blik toe, maar haar hou ik er buiten. Ik weet dat het voor alle betrokkenen het beste is, als ik consequent voor de overwinning ga en iedere zwakheid tegenwerk. Rafael Nadal word je niet in de snoezelruimte.
Apropos, mijn oudste dochter, haar moet ik eigenlijk überhaupt niet meer mee laten spelen. Zij spaart bij "mens erger je niet" - toch al een uiterst dom, puur geluksspel - haar gevaarlijk kansrijke, op kop liggende zusje en slaat liever met een luid tadaaa, een van mijn pionnen. Jammer genoeg wint Fay dan het spel en maak ik Emma verwijten. "Mens erger je niet", zegt ze dan. Fay lacht me uit en Emma merkt op dat als ik wil dat mijn kinderen bij het spelen iets leren, ik dan beter eens voor kan doen, hoe je een goede verliezer wordt. Michael Schumacher was nooit een goede verliezer.
Mijn dochters moeten inderdaad leren goede verliezers te worden, dat is een mooie eigenschap, maar dat leren ze alleen door te verliezen. In eerste instantie echter, moeten ze voor hun latere leven aanleren, winnaressen te worden, kampioenen, heldinnen, en dat gaat alleen maar met een harde aanpak: door zich te meten met hun superieure vader en dan, door nederlagen uitgeschakeld, te groeien. Waarom is Johan Cruijf verkozen tot beste Europees voetballer van de twintigste eeuw? Omdat hij als speler het WK in 1974 verloor.
Anderzijds, zou ik het bij Memory, niet tegen de vijfjarige Fay moeten opnemen. Als we met maar tien kaartenparen spelen, heb ik nog een kans, maar met meer dan 20 kaartjes zie ik geen uitweg meer. Ik staar op het speelveld, concentreer me verbeten, onthou heel precies waar welk motief verborgen ligt. Bal, bloem, auto, koekje, schoen etc. Dan draai ik bal en auto om. Of beertje en schoen. Of koekje en bloem. Een catastrofe. Fay daarentegen kijkt nauwelijks naar de kaartjes, haar blik dwaalt door de ruimte, in gedachten peutert ze in haar neus en dan draait ze om: bal en bal, auto en auto, schoen en schoen.
Zo kan het niet doorgaan. Wat leert Fay nou, als ze spelenderwijs wint? Zo eenvoudig gaat het er in het leven niet aan toe, dat moet ze ervaren ook al valt me dat zwaar.
Ik begin de spelregels een beetje te variëren. Midden in het spel wijs ik op het raam en zeg:"Fay, daar in de verte loopt een paard". Terwijl zij met haar ogen buiten naar het beestje zoekt, kijk ik snel onder de kaartjes om een kleine kennisvoorsprong te vergaren. Het resultaat: Ik voel me slecht en Fay wint nog steeds.
Tijdens de volgende ronde grijp ik naar een reep chocolade, die dan, per ongeluk, uit mijn hand onder de tafel valt. Terwijl Fay de reep opraapt, verwissel ik de kaartjes een beetje. Ik voel me weer slecht, maar Fay heeft tenminste iets lekkers gekregen en bovendien verlies ik weer, alhoewel op 't nippertje. Maar ik verlies.
Blijkbaar moet ik extremere methodes aangrijpen. Zo onopvallend mogelijk beschrijf ik de rugzijde van de kaartjes. Ik schrijf er 'schoen', 'koekje' en 'bloem' op. Fay kan tenslotte nog niet lezen. Mijn oudste dochter Emma daarentegen wel. "Schaam je", zegt ze. Ik schaam me ook, maar ik doe het toch voor de bestwil van mijn kind. Later zal ze me er dankbaar voor zijn. Later zal Fay ook kunnen lezen, valt me in. Ik moet maar tijdig een nieuw memoryspel kopen. En... leren een goede verliezer te worden.
Boudewijn © |
|
|
|
|
|